Adelaarsvaren

Gepubliceerd door Joost Kievit op

De familie van de Adelaarsvarens kent wereldwijd ongeveer honderd soorten. Eentje daarvan komt in ons land voor en die kreeg de Nederlandse naam: Adelaarsvaren. Het is een kosmopoliet en komt dus bijna overal ter wereld voor. Bij ons groeit hij vooral op de armere zandgronden, in loof- en naadbossen. Het is een indicator voor oud bos.

Het is een sporenplant, maar de verspreiding gebeurt hoofdzakelijk door worteluitlopers. Manshoog kan hij worden en Adelaarsvaren kan erg dominant zijn. Er groeien nauwelijks andere planten onder. Ze laten weinig licht door en het in het najaar afstervende blad vormt een laag strooisel met stoffen die het kiemen van bomen en andere planten belemmeren.

Adelaarsvaren is giftig en wordt weinig of niet gegeten door dieren. Aan de bladstengel zitten klieren die een zoet smakend vocht afscheiden. Mieren maken daar gebruik van. Ondanks de giftigheid golden de jonge scheuten vroeger als delicatesse. Het is niet aan te bevelen. In Japan zag men een verband tussen het eten van deze plant en slokdarm- en maagkanker. De plant werd vroeger ook gebruikt als dakbedekking, stalstrooisel, insectenverjager, matrasvulling en bij het leerlooien. Als je een oudere stengel aan de onderkant doorsnijdt, zie de herkomst van de Nederlandse naam. De vaatbundels vormen het beeld van een Adelaar.

Joost Kievit

[ssba-buttons]