Kruipend stalkruid

Eigenlijk is het geen op zichzelf staande plantensoort, maar een ondersoort en nauw verwant aan Kattendoorn. Het geslacht Stalkruid kent maar twee (onder)soorten in ons land. Ik zie Kruipend stalkruid meestal in de duinen op open zonnige plekken, maar hij groeit ook in Zuid-Limburg en langs de grote rivieren. Het is een mini struikje, een vlinderbloemige en meestal zonder doorns. Meestal, want in Limburg en langs de rivieren komen exemplaren voor die wel zwak gedoornd zijn. Waarschijnlijk kruisingen. Kattendoorn heeft lange venijnige doorns.
De naam Stalkruid komt van de stalgeur ofwel bokkengeur die de plant verspreid. De meeste dieren hebben daar een afkeur van en dat voorkomt vraat. Hommels, bijen en zweefvliegen zorgen voor de bestuiving. De plant gebruikt een ingenieus pompmechanisme om het stuifmeel naar buiten te persen en mee te geven aan de bezoekende insecten, die vervolgens voor transport naar de volgende plant zorgen.
Diverse insectensoorten gebruiken de plant als waardplant. De larven van mineervliegen en motten maken gangen in de bladeren, de rupsen van bladrollers en snuitkevers leven in de peulen en galmuggen en galmijten leggen eieren op verschillende plantendelen, waarna de plant gallen vormt die als onderkomen voor de insecten dienen. Mooi geregeld, toch?
Joost Kievit