Oosterse morgenster

Gepubliceerd door Joost Kievit op

Oosterse en Gele morgenster zijn nauw verwant. Het zijn zogenoemde ondersoorten binnen het geslacht Boksbaard. De Oosterse morgenster komt vooral voor langs de grote rivieren en is vrij zeldzaam. Bij zonnig weer gaan de bloemen vroeg open. Tegen de middag sluiten ze weer. Daarna vallen ze met hun grasachtige uiterlijk niet meer op. Het is een meerjarige plant met een lange penwortel.

Oosterse morgenster hoort bij de samengesteld bloemigen. Wat oogt als 1 bloem is een samenstel van vele bloemen. Alleen lintbloemen, buisbloemen heeft de morgenster niet. Insecten zorgen voor bestuiving. En er zijn ook soorten insecten die hem als voedselplant gebruiken. Een mineervlieg, een galwesp en een soort bladluis leggen eieren op de plant en de larven leven ervan. De larve van Boksbaardboorvlieg gebruikt hiervoor de bloemen.

De geschilde wortels en de jonge delen van de plant werden rauw gegeten. Jac. P. Thijsse noemt de smaak overheerlijk, zoet en sappig. Anderen spreken van een smaak als andijvie en cichorei. Meer bitter denk je dan. In vroeger tijden gebruikte men morgenster ook in de geneeskunde. Bladeren, wortels en sap zouden bloedzuiverend en vocht afdrijvend werken. Ik vind het bovenal een mooie verschijning die oosters aandoet.

Joost Kievit

[ssba-buttons]