Akkerviooltje

Gepubliceerd door Joost Kievit op

Binnen de viooltjesfamilie in ons land onderscheiden we twee groepen. De meerkleurige en de blauwe viooltjes. De blauwe zijn overblijvende planten en de meerkleurige, waaronder dus het Akkerviooltje zijn eenjarig. Hij groeit op akkers en braakliggende terreinen en is in het westen en noorden van ons land minder algemeen. De soort heeft de intensieve onkruidbestrijding goed doorstaan.

De bloemen hebben een honingmerk in de vorm van lijnen die insecten de weg wijzen naar het hart van de bloem. Een soort landingsbaan dus. Hommels en andere bijen zijn de belangrijkste bestuivers. Als verschillende soorten meerkleurige viooltjes dicht bij elkaar staan kunnen er bastaarden worden gevormd tussen bijvoorbeeld Akkerviooltje en Driekleurig viooltje. De zaden zitten opgeborgen in een doosvrucht. Als deze droogt, springt hij open en worden de zaden stuk voor stuk weggeschoten.

Een zaadje heeft een vettig aanhangsel, het zogenoemde mierenbroodje. Mieren zijn daar verzot op, slepen de zaden naar hun nest en helpen zo bij de verspreiding van het zaad. Akkerviooltje werd evenals de andere soorten viooltjes vroeger gebruikt als geneeskruid. Een aftreksel zou bloedzuiverend en urine afdrijvend werken. Ook zou de samentrekkende werking helpen bij de genezing van wonden.

Joost Kievit

[ssba-buttons]